De meeste kinderen vinden het heerlijk om buiten te spelen. De frisse lucht is natuurlijk heel gezond. Maar actief spelen helpt ook om overgewicht te voorkomen en het is goed voor de motorische ontwikkeling van je kind. Met andere kinderen buiten spelen helpt je kind sociaal sterker te worden.
Jonge kinderen
Jonge kinderen weten nog niet echt wat gevaar is. Het is daarom verstandig om in de buurt te zijn en op je kind te letten. Voor kinderen is het heerlijk om de wereld al spelend te ontdekken. Als je voortdurend verbiedt wat je kind wil gaan doen, leert hij niet zelf wat risico's zijn. Een vertrouwde en begrensde omgeving is daarom de ideale speelplek voor jongere kinderen.
Van 6 tot 9 jaar
Kinderen van 6 tot 9 jaar gaan vaak zelf buiten spelen. Maak duidelijke afspraken over waar je kind gaat spelen, met wie en hoe laat hij weer thuis moet zijn. Kinderen zijn nog impulsief en houden zich niet altijd aan de afspraken. Bedenk dus een passende maatregel. Maar laat ook duidelijk merken hoe goed je het vindt als je kind zich wel aan de afspraken houdt.
Wat is er buiten te doen?
Je kind vindt het vooral fijn om te fietsen, voetballen, skaten, buitenspelletjes te doen, verstoppertje te spelen en naar een speeltuin te gaan. Ga ook eens naar een plek waar je kind kan spelen met zand, water en takken. Of boomstammen waar je op kunt klimmen. Op zo'n plek kan je kind zijn fantasie goed gebruiken.
Van 9 tot 12 jaar
Oudere kinderen zijn gewend om zelfstandiger buiten te zijn. Andere kinderen ontmoeten is steeds vaker de reden om buiten te spelen. Bijvoorbeeld om samen te voetballen of om verstoppertje te spelen. Maar het is ook leuk om zelf samen met je kind iets te doen. Bijvoorbeeld badminton.
Tip
Uiteraard vertel je je kind dat hij nooit iets tegen zijn zin moet doen en ook nooit in zijn eentje met iemand (die hij niet kent) mee moet gaan. Maar maak je kind niet bang. Je kunt de weerbaarheid van je kind ook vergroten door een sport als judo.