De eerste maanden weet een kind nog niet dat iemand nog bestaat als het kind hem of haar niet meer ziet. Een kind mist die persoon dan niet. Vanaf ongeveer 6 tot 8 maanden begint je kind te beseffen dat zijn ouders blijven bestaan als ze weggaan, maar hij weet nog niet goed of de ouder terugkomt en wanneer.
Scheidingsangst
Wanneer je weg gaat, wordt je kind een beetje angstig en begint te huilen. Dit wordt scheidingsangst genoemd. In die periode leert je kind ook langzamerhand het onderscheid zien tussen mensen die hij kent en mensen die hij niet kent. Je kind voelt zich veilig bij jou. Hij wil alleen bij jou zijn en reageert angstig op vreemden.
Langzamerhand leert een kind de scheiding van ouders beter te verdragen. Je kind heeft een duidelijker beeld van jullie in het geheugen en heeft geleerd dat de je weer terug komt.
Wat kun je doen?
-
Als je even uit het zicht bent, blijf dan tegen je kind praten of zing een liedje. Dan weet je kind dat je er toch bent.
-
Speel af en toe kiekeboe met je kind achter je handen of een doek. Of ga even de kamer uit en steek dan je hoofd om de hoek van de deur. Kiekeboe! Je bent dan weg en snel weer terug. Zo leert je kind dat je er wel bent ook al ziet hij je niet en dat je terugkomt.
-
Als je kind bang is, troost je je kind. Blijf zelf rustig. Als je je kind naar de kinderdagopvang brengt, neem je kort en duidelijk afscheid.