Als je denkt dat je kind last heeft van (negatieve) faalangst, kun je op een aantal dingen letten. Behalve aan dingen die jongeren doen, niet doen of zeggen, kun je het ook merken aan lichamelijke klachten.
Signalen in het gedrag
-
Je kind kan teruggetrokken gedrag vertonen, neemt bijvoorbeeld geen initiatief, durft niets te zeggen of te vragen en is verlegen.
-
Je kind begint niet aan een moeilijke taak, of stelt dit steeds maar uit.
-
Als je kind iets moeilijks moet doen, is hij erg nerveus.
-
Je kind stopt snel met een taak: "Lukt toch niet."
-
Je kind heeft weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld: "Ik kan dit niet."
-
Als iets wel lukt, zegt je kind iets in de trant van: "Dat was een gelukje, dat was normaal nooit goed gegaan." Terwijl je kind wel heel hard zijn best heeft gedaan!
-
Je kind piekert veel.
Lichamelijke klachten
Je puber kan zich ook echt ziek of misselijk voelen. En hij kan onrustig zijn, veel zweten, snel blozen, hartkloppingen hebben, hyperventileren en een droge mond hebben. Maar je ziet ook wel kinderen met faalangst die gaan stotteren, trillende handen hebben, oogcontact vermijden of vaak naar de wc moeten. Ook buikpijn en hoofdpijn komt voor en een slechte eetlust.