Als je kind gaat lopen, kan hij overal komen. Natuurlijk is het goed dat je hem de ruimte geeft. Maar let daarbij wel extra goed op de veiligheid.
-
Zet kasten en wandmeubelen stevig vast aan de muur. Als je kind in een kast klimt om iets te pakken, dan kan hij die hele kast over zich heen krijgen.
-
Berg gevaarlijke producten zo op, dat je kind er niet bij kan. Bijvoorbeeld medicijnen, giftige planten, alcohol, cosmetica en tabak.
-
Houd glazen vazen, asbakken, sigaretten, alcohol en pinda’s buiten bereik van je kind. Het is nog steeds erg belangrijk dat je in huis niet rookt, dit is erg slecht voor de gezondheid van je kind.
-
Laat je kind nooit rennen met een lolly, ijsstokje of iets anders scherps in zijn mond. Als hij valt, kan hij zich flink bezeren.
-
Laat je peuter nooit alleen met een huisdier. Hoe lief het dier ook is!
-
Drink geen hete thee of koffie met je peuter op schoot.
-
Een fopspeen moet stevig zijn, met gaatjes waardoor je peuter kan ademen. Er bestaan speciale spenenbandjes waarmee je de speen kunt vastmaken aan zijn kleren.
-
Dek je verwarming af. Zet losse kacheltjes en haarden op een veilige plek.
-
Beveilig alle stopcontacten die lager zitten dan 1,50 meter met speciale plugjes of afdekplaatjes.
-
Plak scherpe hoeken en randen af met beschermhoekjes.
-
Sluit de traphekjes boven en onder aan de trap altijd. Vergeet de zoldertrap of keldertrap niet.
Tips voor ramen en deuren
-
Plaats kindveilige sluitingen op ramen, balkondeuren en tuindeuren.
-
Zorg dat je kind niet over de rand van het balkon kan klimmen. Denk aan opstapjes, stoelen en plantenpotten.
-
Zet geen krukjes, dozen of vuilnisbakken in de buurt van een raam. Je kind kan daar op klimmen.
-
Dek deurspleten af met speciale beveiligers. Zo voorkom je dat je kind zijn vingers pijn doet.
Meer tips en informatie kun je vinden op de website van VeiligheidNL.