In het verkeerde lichaam

Genderdysforie betekent letterlijk ‘onvrede met je geslacht’.

Er is mogelijk sprake van een genderidentiteitsstoornis, ofwel genderdysforie, wanneer een jongere:

  • een sterke voorkeur heeft voor het vertonen van het gedrag van de andere sekse;
  • een afkeur heeft voor gedrag dat hoort bij de eigen sekse;
  • en signalen afgeeft dat er onvrede is met het eigen geslacht.

Jongens

Kenmerken van genderdysforie bij jongens zijn bijvoorbeeld:

  • het niet prettig vinden dat ze een penis hebben;
  • denken dat de penis wel weer verdwijnt.

Meisjes

Kenmerken van genderdysforie bij meisjes zijn bijvoorbeeld:

  • het vervelend vinden om borsten te krijgen;
  • een hekel hebben aan ongesteld worden.

Vaak van voorbijgaande aard

In de meeste gevallen verdwijnen genderdysfore gevoelens voor het begin van de puberteit. Bij 20% van de jongeren nemen de genderdysfore gevoelens toe en komt de lichamelijke afkeer op de voorgrond te staan.

Het advies is om geslachtsrolwisseling (bijvoorbeeld het veranderen van de naam of het dragen van kleding van de andere sekse) uit te stellen totdat je kind wat ouder is en het echt zeker weet.

Hoe ga je ermee om?

Als je kind het gevoel heeft dat hij in het verkeerde lichaam zit, is het belangrijk om begrip te hebben en een luisterend oor te bieden.

Als je kind er serieus problemen mee heeft, neem dan contact op met je huisarts of een genderteam. In Nederland zijn 2 genderteams: het VU Medisch Centrum in Amsterdam en het Universitair Medisch Centrum in Groningen.

Steun

Patiënten Organisatie Stichting Transvisie en Schorer bieden zelfhulpgroepen en psychosociale hulp aan transgenderjongeren en hun ouders.


Delen:

Breng vrienden en kennissen op de hoogte van deze site