Bij kinderen in de puberteit verandert er van alles aan hun lichaam. Ze krijgen op allerlei plaatsen lichaamshaar. Bij meisjes en jongens zie je kenmerkende verschillen.
Bij meisjes
Meisjes krijgen al vroeg in de puberteit meer lichaamsbeharing: vooral onder de oksels, in de schaamstreek en op armen en benen. Vanaf een jaar of 10 kan er al schaamhaar gaan groeien, soms zelfs nog eerder. Het zijn eerst lichtgekleurde haartjes, daarna worden ze langer, donkerder en gaan ze krullen. Okselhaar komt wat later, gevolgd door haar op armen en benen.
Bij jongens
De lichaamsbeharing bij jongens is uitgebreider. Dat komt door de mannelijke hormonen. Bij jongens begint schaamhaar te groeien aan het begin van de puberteit, tussen 12 en 13 jaar. Wat later begint haar te groeien onder de oksels. Natuurlijk krijgen jongens ook te maken met baardgroei. En er groeien haren op armen en benen, in oren en neus. Sommige jongens krijgen later nog haren op borst, rug, buik en schouders. Dit vindt soms pas na hun 20e plaats.
Overmatige beharing bij meisjes
Onder meisjes is het tegenwoordig populair om zo weinig mogelijk lichaamshaar te hebben. Ontharen van oksels en schaamstreek komt veel voor. Bij sommige meisjes groeit er haar op plaatsen waar vooral mannen lichaamshaar hebben. Op de onderbuik, borst en op de kaak of onder de neus. Maak je je zorgen over overmatige haargroei van je dochter, dan kun je het beste je huisarts raadplegen.