Bij iedere controle voelt de verloskundige met haar handen op jouw buik hoe de baarmoeder groeit. Zo krijgt zij een indruk van de groei van de baby.
Inwendig onderzoek
Soms besluit de verloskundige of de gynaecoloog tot een inwendig onderzoek. Als je om één of andere reden moeite hebt met een inwendig onderzoek, bespreek het dan. Je verloskundige en gynaecoloog zullen er zeker rekening mee houden.
Ligging baby
In de laatste maanden wordt gecontroleerd hoe jouw baby in de baarmoeder ligt.
-
Ligt hij met zijn hoofd naar beneden (de normale ligging)?
-
Of ligt je baby met zijn billetjes naar beneden (stuitligging)?
Hoe groter de baby wordt, hoe moeilijker het voor hem is om in de baarmoeder te draaien. Op een gegeven moment is dat bijna niet meer mogelijk en dan is het belangrijk om te weten hoe de baby precies ligt. Dat bepaalt namelijk hoe hij geboren zal worden.
Hartslag
Ongeveer vanaf de 3e maand kan de verloskundige de hartslag van de baby horen. Vanaf dat moment luistert zij iedere keer naar de harttonen van jouw kind. Meestal kun je meeluisteren. Het kan heel emotioneel zijn om het hartje van je nog ongeboren baby zo snel te horen kloppen!
Bloeddruk
Tijdens de controle wordt je bloeddruk gemeten. De bloeddruk wordt weergegeven met een getal voor de bovendruk en een getal voor de onderdruk (bijvoorbeeld 120/80). De verloskundige let vooral op de onderdruk. Die mag niet te hoog worden.
Bij een hoge bloeddruk let de verloskundige extra op de gezondheid van jou en je baby. Tegen het einde van de zwangerschap stijgt je bloeddruk meestal wel iets. Een lage bloeddruk kan geen kwaad, maar is soms lastig omdat het tot duizeligheid kan leiden. Wees dus voorzichtig met uit bed komen en opstaan uit een stoel.