Een lui oog (amblyopie) ontstaat door een slecht gezichtsvermogen van één of beide ogen, doordat het oog zich niet normaal heeft kunnen ontwikkelen in de vroege kinderjaren. Over het algemeen zijn er geen afwijkingen van het oog.
Op de kinderleeftijd komt dit afhankelijk van de leeftijd van het kind bij 2 tot 5 op de 100 kinderen voor. Meestal is slechts één van de ogen lui, maar soms ook beide ogen.
Oorzaken
Er zijn 3 hoofdoorzaken voor het ontstaan van een lui oog:
-
Scheelzien.
-
Een groot verschil in scherp zien tussen beide ogen. Bijvoorbeeld het ene oog ziet scherp van dichtbij en veraf. En het andere oog alleen in de verte.
-
In één of beide ogen kan geen beeld gevormd worden. Bijvoorbeeld omdat het bovenste ooglid over het oog valt of omdat de lens troebel is (staar).
Vroege ontdekking is van groot belang
Het is belangrijk dat een lui oog zo vroeg mogelijk wordt ontdekt en behandeld. Het liefst voordat je kind 7 jaar is. Hoe jonger je kind is, hoe beter meestal het resultaat is. Daarom wordt je kind een aantal keren onderzocht. Als er in jullie familie sprake is van 'luie ogen', is extra aandacht belangrijk.
Consultatiebureau en schoolgezondheidszorg
In Nederland is het onderzoek van de ogen een onderdeel van het PGO (periodiek geneeskundig onderzoek) op het consultatiebureau en bij de schoolgezondheidszorg. In twijfelgevallen wordt je kind doorverwezen naar een oogarts, een orthoptist of een optometrist.
De behandeling
Bij de behandeling wordt je kind gestimuleerd het luie oog te gebruiken. Bijvoorbeeld door met een bril de verschillen tussen beide ogen te verbeteren.
Bij een te groot verschil tussen beide ogen is een bril niet voldoende. Dan wordt het goede oog gedurende een bepaalde periode dagelijks enige tijd afgedekt met een oogpleister. Hoe lang dat duurt, hangt onder andere af van de leeftijd van je kind. Soms moet de oogarts eerst de staar of het hangende ooglid opereren.