Je kind wordt gepest? Dat is heel naar voor je kind en voor jezelf.
Pesten komt vooral voor bij kinderen tussen 10 en 14 jaar, met een piek bij 12 jaar, maar ook daarna. Als kinderen herhaaldelijk en op verschillende manieren worden gepest, kunnen ze sociale en emotionele problemen krijgen. De gevolgen van pesten zijn ernstig, en het is dan ook belangrijk om het probleem op tijd en goed aan te pakken.
Wie wordt gepest?
Er is veel kennis over welke kinderen meer kans hebben om gepest te worden. Misschien herken je je kind erin, of juist niet. Ieder kind en iedere situatie is weer anders.
-
De meeste kinderen die gepest worden hebben een negatief zelfbeeld. Ze zijn vaak angstiger, onzekerder, gevoeliger en stiller. Ook hebben ze gebrekkige sociale vaardigheden en zijn ze minder assertief (weerbaar). Men spreekt ook wel over passief-onderdanige kinderen.
-
Bij een kleiner aantal kinderen is sprake van zowel agressief gedrag als passief-onderdanig gedrag. Deze kinderen zijn dus onzeker en angstig, maar hebben daarnaast ook een opvliegend karakter. Dit maakt dat ze ook dader kunnen zijn. Ze kunnen zelf kinderen pesten die zwakker zijn dan zijzelf.
Hoe merk je dat je kind gepest wordt?
Je kind schaamt zich vaak voor het pesten. Daarom vindt hij het moeilijk om er thuis en op school over te praten. Je kind zal het jou dus meestal niet zelf vertellen. Maar je kind geeft wel signalen waaraan je kunt merken dat er iets mis is.
Je kind:
-
wil opeens niet meer naar school;
-
wil je vragen over school niet beantwoorden;
-
heeft minder zelfvertrouwen dan eerst;
-
lijkt afwezig, teruggetrokken of tobberig: hij gedraagt zich anders;
-
slaapt slecht of wordt 's nachts vaak angstig wakker, bijvoorbeeld door vervelende dromen;
-
kan ook weer gaan bedplassen;
-
klaagt over buikpijn of hoofdpijn, terwijl hij niet ziek is;
-
komt vaak thuis met kapotte kleren of spullen en hij kan niet goed uitleggen waardoor dat komt;
-
wil niet door een bepaalde straat of buurt lopen of fietsen.
Let ook op blauwe plekken of schrammen, waarvoor geen verklaring is.
Wat kun je als ouder zelf doen?
Het is belangrijk om meteen in actie te komen. Het pesten zal niet vanzelf stoppen.
-
Praat met je kind over de verandering in zijn gedrag.
-
Vraag of er iets aan de hand is op school of op de sportclub.
-
Praat met de beroepskrachten of vrijwilligers waar het pesten gebeurt, zoals de leerkracht.
-
Bespreek het probleem met de beroepskracht of vrijwilliger en maak afspraken over wat er aan gedaan wordt. En wat jij kunt doen. Na een paar weken praat je weer met elkaar of de aanpak heeft geholpen.
-
Je kunt ook praten met andere ouders die ervaringen hebben met pesten.
-
Natuurlijk is het ook nodig om je kind te helpen om met het probleem om te gaan.
Goed om te weten
Geef je kind vaak complimenten. Dan krijgt hij het gevoel dat hij de moeite waard is. Dan is hij sterker als een ander kind hem pest. Het pesten raakt hem minder hard als hij veel zelfvertrouwen heeft. Merkt de pestkop dat je kind het niet zo erg vindt? Dan gaat hij minder pesten.
Op het Pestweb kun je meer lezen over pesten. Je kunt ook bellen met de Hulplijn Pestweb: (0800) 282 82 80.