De motoriek van je kind blijft zich ontwikkelen. Je kind leert steeds beter om zijn lichaam te bewegen: hij gaat fietsen, zwemmen en typen. De bewegingen worden steeds fijner en preciezer. Je kind leert op zijn eigen tempo, hoe hij zijn lichaam moet bewegen. Sommige kinderen zijn sneller en handiger dan andere kinderen.
Fijne motoriek
Fijne motoriek betekent de kleine bewegingen, bijvoorbeeld van de handen en vingers. Je kind oefent dat op allerlei manieren: knutselen, met bestek eten, veters strikken, een instrument bespelen, tekenen en (leren) schrijven.
Beweging
Voldoende beweging is voor een kind van groot belang. Je kind moet zich lekker kunnen uitleven en zijn energie kwijt kunnen. En veel bewegen voorkomt overgewicht. Kinderen oefenen hun motoriek door te spelen. Bij veel spelletjes krijgt hij behoorlijk wat lichaamsbeweging. En veel buiten spelen is natuurlijk ook erg goed voor een kind.
Hoeveel beweging heeft je kind nodig?
-
Minstens een uur per dag: gewone lichaamsbeweging. Dus fietsen, lopen en buiten spelen.
-
Twee keer per week: intensieve beweging. Zoals skeeleren, voetballen, tennis of judo.
-
Meestal vindt je kind het leuk om te sporten. Kijk daarom eens bij een sportvereniging: daar hebben ze vaak aparte cursussen of trainingen voor verschillende leeftijden.
-
Zorg ervoor dat beweging een vast onderdeel is van jullie dagelijkse gezinsleven. En geef zelf het goede voorbeeld!
-
Breng je kind lopend of met de fiets naar school of naar vriendjes en vriendinnetjes.
Achterstand van de motoriek?
Als je vermoedt dat je kind een achterstand in de motoriek heeft, vraag dan advies aan je huisarts of kom langs bij het Centrum voor Jeugd en Gezin bij jou in de buurt.