Oogtest

Als je kind ongeveer 4 jaar is, krijgt hij bij de jeugdgezondheidszorg een oogtest met plaatjes. Die plaatjes zijn rondjes die aan 1 kant open zijn. Je kind moet aangeven waar het rondje open is.

  • Aan de muur hangt een grote kaart met grote en kleine rondjes.
  • Je kind zit bij jou op schoot of mag zelf op een afstandje ervan staan.
  • Hij krijgt een bril op die één van zijn ogen afdekt.
  • In zijn handen krijgt hij een rondje. Of een voorbeeldkaart met 4 verschillende rondjes.
  • De arts of verpleegkundige wijst een rondje aan.
  • Je kind houdt het rondje in zijn handen net als het rondje op de kaart aan de muur. Of hij wijst het juiste rondje aan op de voorbeeldkaart. Hij mag ook de verschillende richtingen aangeven met zijn eigen hand.
  • Daarna is het andere oog aan de beurt.

Oogonderzoek

Als je kind niet goed kan zien, is er misschien uitgebreid oogonderzoek nodig. Bij een uitgebreid oogonderzoek wordt gekeken naar de oogstand. Dit is de samenwerking tussen de ogen en de gezichtsscherpte van je kind.

Het kan zijn dat je kind een druppelonderzoek krijgt. Dit kan een opticien niet doen. De druppeltjes zorgen ervoor dat de pupil verwijd wordt en veroorzaken een wazig beeld. De orthoptist of oogarts onderzoekt of je kind een brilsterkte afwijking heeft. Eventueel kan verder onderzoek nodig zijn.

Visuele oefeningen

Wanneer blijkt dat je kind niet goed kan zien dan kan hij een bril krijgen, contactlenzen of visuele oefeningen. Visuele oefeningen kunnen helpen bij oogafwijkingen die niet of niet volledig door een bril of contactlenzen alleen kunnen worden gecorrigeerd.

Het gezichtsvermogen kan veranderen zonder dat je kind het merkt. Het is daarom verstandig om ieder jaar de ogen van je kind te testen.


Delen:

Breng vrienden en kennissen op de hoogte van deze site