Poliomyelitis of polio is ook bekend als kinderverlamming. Polio wordt veroorzaakt door een poliovirus. Er zijn 3 typen poliovirus. De infectie komt alleen bij mensen voor.
Besmettelijk
Directe besmetting gaat via de ontlasting naar de mond. Maar ook door druppeltjes in de lucht bij bijvoorbeeld hoesten, niezen of schreeuwen kan iemand besmet raken. De besmettelijkheid is waarschijnlijk het grootst kort voor en na het begin van de ziekteverschijnselen. De meeste besmettingen worden veroorzaakt door mensen die zelf niet ziek zijn, maar wel besmet zijn met het virus. In 70 procent van de gevallen merkt iemand niks van een besmetting met het poliovirus.
Ziekteverschijnselen
-
Lichte, griepachtige verschijnselen en/of maag-darmklachten (bij 25 procent van besmette mensen).
-
Verschijnselen van hersenvliesontsteking, nekstijfheid, braken, hoofdpijn, koorts en pijn in de rug en ledematen (bij 4 procent van besmettingen).
-
Verlammingsverschijnselen die heel plotseling ontstaan komen voor bij 1 op de 100 tot 200 poliopatiënten.
Complicaties
In het algemeen geldt, hoe ouder iemand is, hoe groter de kans op complicaties. Ook wordt het risico groter als de keelamandelen verwijderd zijn. Bij 25 tot 40 procent van de mensen die in hun jeugd verlamd raakten door polio, ontstaan opnieuw spierzwakte, pijn, atrofie en vermoeidheid. Dat gebeurt dan 15 tot 40 jaar na de oorspronkelijke acute ziekte. Er bestaat geen specifieke behandeling voor polio. Met bedrust en fysiotherapie kun je complicaties voorkomen.
Vaccinatieschema
-
DKTP-vaccinatie op de leeftijd van 4 jaar. Deze beschermt ook tegen polio.
-
Hervaccinatie om de 15 jaar is nodig voor reizigers.