In de box kan je kind even zelf spelen. Hij leert er om zich te bewegen. En soms moet je je kind even neerleggen. De box is dan een veilige plek.
De plek van de box
Zet de box het liefst in een hoek. Dat is rustig voor je baby. Maar bij een raam is ook leuk! Dan kan hij naar het licht en naar de wolken kijken. Zorg er wel voor dat de box op een veilige plek staat, bijvoorbeeld niet te dicht bij de verwarming, kamerplanten, gordijnkoordjes, of ramen.
Bodem en spijlen
Zorg ervoor dat de box een verstelbare bodem heeft. Als je kind ouder wordt en leert zitten en staan, dan kun de bodem omlaag zetten. Je kind kan er dan niet uit klimmen of vallen. Zorg er ook voor dat de spijlen stevig zijn en ongeveer 4,5 tot 6,5 centimeter uit elkaar staan. Voor je het weet, kan je kind een spijltje vastpakken. Dan wordt omrollen gemakkelijker.
Speeltjes in de box
Leg je baby regelmatig even op zijn buik in de box. Blijf wel in de buurt! Misschien wordt je baby onrustig als je te veel speeltjes in de box legt. Leg steeds een paar dingen in de box en na een tijdje ruil je dat om met ander speelgoed. Denk bijvoorbeeld aan:
-
een paar zachte knuffels;
-
een leuke mobiel, om naar te kijken en te leren grijpen;
-
of een speeltje waar geluid uit komt.
Maak geen speelgoed met touwtjes aan de box vast! Daaraan kan je baby zich pijn doen.