Zelfvertrouwen

Een kind met genoeg zelfvertrouwen gelooft in zichzelf. En in wat hij kan.

Een kind met zelfvertrouwen heeft meestal ook gevoel van eigenwaarde. Dit wordt ook we zelfwaardering genoemd of een positief zelfbeeld: het is een gevoel 'vanbinnen'.

Het zelfvertrouwen opbouwen

Je kunt je kind helpen zelfvertrouwen op te bouwen.

  • Geef je kind veel liefde en aandacht. Zo voelt hij, dat hij belangrijk voor je is. En voor de andere mensen om hem heen.
  • Laat je kind ook merken dat je verwacht dat hij dingen kan. Straal vertrouwen naar je kind uit.

Wat verwacht je van je kind?

Een kind met een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen probeert dingen uit, ook als ze lastig zijn. Je kind probeert bijvoorbeeld een koprol te maken. Het lukt! Dan krijgt hij meer zelfvertrouwen.

Je kind vindt het best fijn als je iets van hem verwacht. Hij wil graag dat jij ziet hoeveel hij al kan. Maar verwacht je te veel van je kind? Dan kan je kind dat niet waarmaken. Hij krijgt dan het gevoel, dat hij niet goed genoeg is. En dat is niet goed voor zijn zelfvertrouwen. Maar verwacht dus ook niet te weinig. Geef je kind het vertrouwen dat iets lukt.

10 tips!

Heeft je kind weinig zelfvertrouwen? Dan kun je hem helpen om meer zelfvertrouwen te krijgen. Maar dat gaat langzaam. En het is ook best moeilijk. Met deze 10 tips help je je kind om meer zelfvertrouwen te krijgen.

  1. Liefde: geef je kind zo veel mogelijk liefde door je kind te steunen en te helpen als hij je nodig heeft.
  2. Luisteren: geef aandacht aan je kind. Luister naar zijn verhalen en toon interesse in de dingen die hij doet.
  3. Humor: leer je kind dat hij ook om zichzelf mag lachen. Lach samen met elkaar en om elkaar als er iets fout gaat. Bijvoorbeeld als je melk over de rand van je kopje schenkt.
  4. Begrip: praat met je kind. Zo weet je kind dat jij begrijpt waar hij mee bezig is. En wat hij belangrijk vindt.
  5. Vertrouwen: laat je kind merken dat je kind dingen kan. Verwacht niet te weinig en niet te veel van je kind.
  6. Respect: beloon je kind voor moeilijke dingen, die hij toch doet. Als hij bijvoorbeeld naar de tandarts gaat, terwijl hij daar erg bang voor is.
  7. Complimenten: geef je kind complimenten als je kind iets moeilijks probeert, ook al mislukt het. En geeft je kind een compliment als hij een moeilijke taak afmaakt.
  8. Reageer positief op wat je kind doet: "Goed je best gedaan!" En niet op je kind als persoon: "Je bent de nieuwe Picasso."
  9. Kijk niet naar falen: let niet te veel op wat niet goed gaat. Alleen als het echt nodig is, vertel je hem wat hij niet goed doet. En waarom hij het niet goed doet.
  10. Help je kind om iets wel te kunnen. Deel een taakje zo nodig in overzichtelijke stapjes in. Reageer positief bij ieder stapje.

Delen:

Breng vrienden en kennissen op de hoogte van deze site